
BESTELLEN
zoeken & scheuren – de jonge sandberg
van Max Arian
(ISBN 978-90-79418-07-7)
is via de boekhandel verkrijgbaar.
De prijs is € 45,-.
Op Internet is het boek onder andere te bestellen bij:
bol.com, AKO, Robert Premsela,
Noord Nederlandsche Boekhandel, Bruna, en selexyz.
____________________
9 Augustus 2011: vierde druk. Vanaf 9 augustus is de vierde, vrijwel ongewijzigde druk via Internet en boekhandel beschikbaar.
Boekman 86. In het Voorjaarsnummer van Boekman, tijdschrift voor kunt, cultuur en beleid, bespreekt Ferdinand Mertens met waardering het boek van Max Arian (Meer kunstenaar dan kunstmanager, blz. 108–109). De Sandberg die in het boek beschreven wordt is een Sandberg die we ons nu niet meer zouden herinneren, schrijft Mertens. Het is niet de Sandberg die het Stedelijk Museum heeft groot gemaakt. Interessant zijn ook Mertens’ opmerkingen over het gebruik van de ideeën van Otto Neurath door Sandberg bij het introduceren van de ‘Beeldstatistiek’ in Nederland. Die zijn volgens Mertens volledig van Neurath overgenomen, zonder dat Sandberg ooit expliciet naar Neurath verwees (zie ook: Mertens, F (2007) Otto Neurath. Over de maakbaarheid van de betere wereld. Den Haag/Amsterdam: SCP/IISG). Net als anderen, dringt Mertens aan het einde van zijn bespreking aan op het publiceren van het tweede deel van de biografie, over de kunsthistorisch interessante periode van Sandberg na de oorlog.
28 Januari 2011: derde druk. Een derde, licht gewijzigde druk is nu beschikbaar.
December 2010: Roodkoper. In het decembernummer van Roodkoper, tijdschrift voor cultuur, religie en politiek verscheen een bespreking van Henk Suèr (Kunst moet op straat staan). Na een samenvatting van de persoonlijke ontwikkeling van Sandberg tot aan zijn benoeming als Conservator van het Stedelijk Museum, gaat hij in op ... zijn bemiddelaarsrol voor de revolutionaire, vooruitwijzende kunst. Om helemaal recht te doen aan de kwaliteiten van de visionair Sandberg dringt hij aan op het schrijven van een vervolg van het boek, waarin de latere episodes van Sandberg’s leven aan de orde zouden moeten komen.
November 2010: Contactblad Stichting 1940-1945. Een uitstekend artikel (`Van rondreizend priester tot museumdirecteur: De lange omwegen van Wil Sandberg') van Enno van der Eerden verscheen onlangs in het Najaarsnummer. Het artikel volgt de biografie en legt de nadruk op dat aspect van Sandberg’s ontwikkeling dat tot zijn deelname aan de aanslag op het bevolkings-register in 1943 leidde. De mythische proporties die de aanslag vrijwel onmiddelijk erna al kreeg, worden volgens van der Eerden door Arian overtuigend genuanceerd.
28 augustus 2010. Stedelijk Museum Nieuws. Aankondiging en bespreking van Arian’s zoeken & scheuren naar aanleiding van de tijdelijke opening van het Stedelijk op 28.8.2010. Zie Stedelijk museum Nieuws.
13 augustus 2010. Designgeschiedenis Nederland. In een zeer gedegen recensie bespreekt Frederike Huygen de passages in Arian’s boek die te maken hebben met Sandberg’s ontwikkeling als ontwerper. De climax wordt gevormd door de Experimenta Typografica, de boekjes die Sandberg tijdens zijn onderduik in Gennep ontwierp. Zij dringt aan op een integrale heruitgave van dit uiterst kwetsbare juweeltje dat door het Stedelijk museum wordt beheerd.
Huygen’s bespreking is online in te zien op: Designgeschiedenis Nederland – Blog archief
Inzage via Internet. Onlangs is het boek ‘zoeken en scheuren — de jonge sandberg’ van Max Arian geïndexeerd voor Google boeken. Hierdoor wordt het mogelijk een (beperkte) indruk te krijgen van de inhoud. Wanneer u hieronder een zoekterm invult, krijgt u direct inzage in het boek:
Zaterdag 31 juli, Vrij Nederland: de bezeten biograaf. Het voorpagina-artikel van Carolina Lo Galbo in VN gaat in op de relatie van een viertal biografen met hun onderwerp: Nop Maas, biograaf van van het Reve, Annejet van der Zijl (Annie M. G. Schmidt en prins Bernhard), Maaike Meijer, auteur van een nog niet verschenen biografie van Vasalis, en ook Max Arian, van wie net een biografie is verschenen over de jonge Wil Sandberg. De verhoudingen van de biografen met hun onderwerp blijken sterk afhankelijk van de persoon van de biograaf en de gebiografeerde. Omdat Sandberg, zeker waar het zijn privé leven aanging nogal gesloten was, is identificatie van biograaf Max Arian minder vanzelfsprekend dan voor de biografen van van het Reve en Vasalis. Voor Annet van der Zijl lijkt afstand houden van haar onderwerp een volstrekt natuurlijke modus tijdens het schrijven van haar biografiën.
Zaterdag 3 juli 2010: Artikel van Anet Bleich in de Volkskrant. In de boekenbijlage van de Volkskrant (blz. 6) bespreekt Anet Bleich twee boeken
die te maken hebben met Wil Sandberg: ‘Binnen was buiten – De Sandberg-vleugel,
SMA, Amsterdam’ van Paul Kempers en Arians Sandbergbiografie. In het artikel
(‘Rode jonkheer verbond kunst en straat’) wordt de door Arian beschreven Werdegang van
Sandberg tot de befaamde museumdirecteur en zijn visie op de kunst (KUNST - het onmisbare overbodige), verbonden
aan de perikelen rond de sloop en vervanging van de Sandberg-vleugel, het
onderwerp van het boek van Kempers. De openbare presentatie van Arian's biografie van Sandberg heeft onder ruime belangstelling
plaatsgevonden op donderdag 3 juni in de theaterzaal van de Openbare
bibliotheek Amsterdam (OBA).
De bijeenkomst begon met een openingswoord van
de direkteur van de OBA, Hans van Velzen, die de aanwezigen hartelijk
welkom heette en zei bijzonder content te zijn dat deze presentatie in de
OBA plaatsvond (zie: toespraak Hans van Velzen).
Naast heel veel anderen
waren verder ook aanwezig: Sandberg’s dochter Helga (88) die het eerste
exemplaar van het boek in ontvangst nam; Jos Houweling, directeur van het
Sandberg-instituut; Max Arian, de auteur; Herman Adèr, de uitgever, en
Geurt Imanse en Michiel Nijhoff van het Stedelijk Museum Amsterdam.
Op PM, website voor beslissers bij de overheid bespreekt René Zwaap de kritische toespraak van Jos Houweling over de
afbraak van de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum (‘Directeur Sandberg
instituut vraagt eerherstel voor vernieuwer: Stedelijk Museum toe aan nieuwe
Sandbergvleugel’; zie: PM website). Een passage uit die toespraak is goed te zien en
te horen op het videofilmpje dat Daniël en Daan Adèr maakten tijdens de
presentatie.
Op de weblog van Adrie Kriegsman is een uitgebreid verslag te lezen van de bijeenkomst op 3 juni. Zie: Kunst en
Cultuur (Assen).
Dan volgt een jarenlange huwelijksreis, pogingen kunstschilder te worden die er op uit lopen dat hij een soort van Mazdaznan-priester wordt. Moeizaam zijn z’n eerste jaren als grafisch ontwerper, die vernieuwing zoekt en niet kan vinden.
Tot zijn eigen verbazing vindt hij in de loop van de jaren dertig zijn plek in het Stedelijk Museum, eerst als onbetaalde vrijwilliger, dan als conservator en directeur. In het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog leert hij pas goed keuzes maken, initiatieven nemen, organiseren, coördineren, een spin zijn in verschillende webben. Hij leert vrienden kennen die hun idealen voor het kunstleven na de oorlog niet waar hebben kunnen maken omdat ze vanwege hun verzetswerk, vooral de spectaculaire aanslag op het Bevolkingsregister, door de Duitse bezetter worden gefusilleerd.

Sandberg weet door een toeval te ontkomen, moet onderduiken en hervindt zich als grafisch ontwerper op een klein kamertje in Gennep, als hij eindelijk tijd vindt voor zijn Experimenta Typografica. Het is een lange weg die hij in 47 jaar is gegaan, maar daardoor kan hij vanaf 5 mei 1945 de mythe Sandberg worden.
Het heeft dus lang geduurd voordat jonkheer Willem Jacob Henri Berend Sandberg (1897-1984) kortweg Sandberg werd, de legendarische directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum. Hij maakte het Stedelijk tot het belangrijkste museum voor moderne kunst in Europa, onder andere door het open te stellen voor eigentijdse kunstenaars waarvan hij vermoedde dat zij de ontwikkeling van de kunst verder zouden kunnen brengen. Daarnaast bleef hij altijd ook ruimte bieden aan tegenstemmen.
Fragment uit de inleiding
waarop de voorplaat gebaseerd is:
Het levensverhaal van Wil Sandberg (1897-1984) is op het eerste gezicht een aaneenschakeling van mythes, sprookjes en avonturenverhalen. De meeste van deze soms zeer bizarre geschiedenissen zijn waar gebeurd, maar sommige zijn uitgegroeid tot mythes, die zorgvuldig door hemzelf werden gecultiveerd en in stand gehouden. Sandberg ging naar mate hij ouder werd steeds meer naar zijn eigen mythes leven. Er valt geen biografie over hem te schrijven als je die mythes negeert.
Het allereerste mythische beeld dat Sandberg van zichzelf heeft geschapen, is dat van een ondeugende, guitige kwajongen. Sandberg heeft zichzelf ooit getekend als een jongetje op blote voeten in plusfours, met een tekenmap onder z'n arm en op z'n hoofd een springerige kuif. Hij lijkt een jongen van twaalf op die tekening, maar hij is dan al bijna veertig. De tekening staat op het kaartje waarmee hij eind 1934 zijn relaties 'geluk in 1935' toewenst. Met 37 jaar ziet hij zich blijkbaar nog steeds als een ondeugend kind dat de boel op stelten komt zetten. Zelfs als zeer bejaarde heer zal hij blijven volhouden dat hij altijd een kwajongen is gebleven.
Dat simpele plaatje laat nog een twee andere mythes zien. Dat zijn de mythes van zuiverheid en een opgewekt voortgangsgeloof. Sandberg tekent zichzelf tegen een nonchalante vierhoek, die verticaal in twee helften is verdeeld, een zwarte en een witte baan. De jongen stapt van de linkse, donkere helft naar het rechtse, witte vlak. Van het donker naar het licht. Op weg vanuit het duistere verleden van de negentiende eeuw naar de gestileerde witte vlakken van Mondriaan.
Max Arian (1940) studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en werd daarna journalist. Hij was redacteur Cultuur en Buitenland van het weekblad De Groene Amsterdammer, waarin hij vooral schreef en schrijft over vernieuwend toneel en muziektheater. Als middelbare scholier genoot hij, zoals veel scholieren in die tijd, veel en vaak van de tentoonstellingen die Sandberg organiseerde in het Stedelijk Museum. Een opdracht voor het schrijven van een biografie over Wil Sandberg kreeg hij oorspronkelijk van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst.
inhoud
__________________________________________________________
inleiding: de eeuwige kwajongen;
1. nette adel en chique adel; 2. een zeer vooruitstrevende moeder;
3. kwajongen in assen; 4. breuk met het verleden; 5. de akademie en de stijl;
6. een huwelijksreis van vier jaar; 7. ziekte en gezondheid; 8. een kindje in herrliberg;
9. schilderen of niet?; 10. in mazdaznan; 11. een dubbele breuk; 12. opnieuw beginnen;
13. naar wenen om te studeren; 14. eenzaam in berlijn;
15. van beeldstatistiek tot grafisch ontwerpen; 16. een dramatische ontvoering;
17. aan de studie; 18. kalender voor moeder en kind; 19. als ontwerper op zoek; 20. actief in de
vank;
21. de weg naar het stedelijk museum; 22. onmisbare steun; 23. nieuwe vrienden;
24. familie, familie, familie; 25. terug naar theo van doesburg; 26. ontdekkingen in parijs;
27. een onwaarschijnlijke conservator; 28. het witten van een museum; 29. ‘abstracte kunst’?;
30. ‘abstracte kunst’!; 31. blinde vlekken; 32. niet naar new york; 33. spanje als voorbeeld;
34. museum in oorlogstijd; 35. de ontmoeting met werkman; 36. kunstenaars en anderen in
protest;
37. kunstenaars en anderen in verzet; 38. een bizarre groep desperado’s; 39. de aanslag;
40. het verraad; 41. op de vlucht; 42. lezen onder water; 43. met de dood op de hielen;
44. angst en verwachting; 45. epiloog: willy is sandberg geworden.
Laatste wijziging: 7 augustus 2011
Webmaster@jvank.nl